De uitvinder van het haringkaken; Willem Breukelszoon

Tot op de dag van vandaag bestaat er nog een discussie over wie het haringkaken uitgevonden heeft. Zowel de Scandinaviërs als Vlamingen beweren dat zij het hebben uitgevonden en er bestaat wel degelijk een mogelijkheid dat de uitvinding gedaan is door verschillende mensen onafhankelijk van elkaar, maar de algemene erkenning gaat uit naar Willem Beukelszoon. Willem Beukelszoon was een visser uit Biervliet, Zeeuws Vlaanderen (circa 1350-1396) die ervoor gezorgd heeft dat het haringkaken sinds ca. 1400 wordt toegepast om de gevangen haring langer te kunnen behouden.

Haringkaken is een techniek die wordt toegepast om versgevangen haring langer te bewaren. De techniek bestaat eruit de volledige haring niet langer met massa’s zout te bedekken om de houdbaarheid te verlengen, maar zout binnen in de vis toe te voegen of te pekelen nadat met een snelle messteek de kieuwen (kaken), de keel en ingewanden, behalve de alvleesklier, eruit zijn gehaald. Pekelen betekend dat de vis in water met een zoutoplossing gelegd word. Doordat de kieuwen worden verwijderd, kan de vis goed ontbloeden. Ook het zout trekt het bloed uit de vis en het resultaat is dat de haring langer zijn verse smaak behoudt en men mooi blank visvlees krijgt. Het doel is om dit zo snel mogelijk na het vangen van de haring te doen of de vis in afwachting daarvan direct aan boord te koelen. Toen de schepen nog niet waren voorzien van koelruimtes, was het dan ook vaak een race tegen de klok om met zo veel mogelijk mensen zo veel mogelijk haring in een zo kort mogelijke tijd te kaken. Gezien de lange reistijd moest het kaken wel aan boord gebeuren, een voor een, allemaal handwerk. Na het kaken werden de haringen gezouten en in houten vaten gedaan.

Vandaag de dag worden haringen onmiddellijk na het vangen in hun geheel aan boord gekoeld. Maatjesharing wordt pas aan wal verwerkt en daarna droog gezouten op gepekeld waarna de haring kan rijpen. In de pekel verpakt word hij vervolgens ingevroren